Bij veel sporten is er sprake van een bepaald optimaal gewicht, waarbij de atleet de
meeste kans heeft op goede prestaties en weinig kans op blessures. Natuurlijk wordt dit
ideale lichaamsgewicht mede bepaald door het nummer dat beoefend wordt. Voor de atleet die
een (midden)langeafstand beoefent is er een ander ideaal gewicht dan bij een atleet die
aan kogelstoten doet. Naast sporttechnische redenen speelt de mode ook een rol bij het
ideale lichaamsbeeld. Slanke en sportieve mensen worden doorgaans mooi gevonden. In de
praktijk wordt dit ideaal beeld vooral toegepast op vrouwen. Dat heeft als consequentie
dat het vooral vrouwen zijn die problemen met hun lichaamsgewicht en lichaamsbeeld hebben.
De rest van dit artikel zal dan ook vooral over vrouwen gaan. Dat wil niet zeggen dan
mannen niet hetzelfde probleem kunnen hebben, maar wel dat het bij hen veel minder vaak
voorkomt. Als meisjes of vrouwen beginnen aan de training voor de (midden) langeafstand
verliezen ze vaak enkele (overtollige) kilo's door een combinatie van de training en het
?goed op de voeding letten?. In het begin van de training gaan de prestaties (bijna
altijd) hard vooruit. In deze fase is er dus vaak een verband tussen gewichtsverlies en
prestatieverbetering. Als de atlete echter doorgaat met deze vorm van afvallen zullen de
prestaties uiteindelijk teruglopen. Indien de atlete er dan nog steeds van overtuigd is
dat zij haar prestatie alleen maar kan verbeteren door verder af te vallen, komt ze in een
vicieuze cirkel terecht. Er is dan een ernstig eetprobleem ontstaan, wat bekend staat
onder de naam anorexia nervosa. Letterlijk vertaald betekent anorexia nervosa: het
verlies van eetlust om nerveuze redenen.
Vooral meisjes die zich toeleggen op de (midden)langeafstandsnummers en zij die de
springnummers beoefenen lopen risico om deze eetstoornis te ontwikkelen. Bij vrouwen die
zich toeleggen op (andere) baannummers en bij mannen in het algemeen treedt anorexia
nervosa veel minder vaak op. Het is niet bekend hoe vaak deze eetstoornis bij atletes
voorkomt. Van de gemiddelde populatie jonge vrouwen heeft waarschijnlijk 1-5% anorexia
nervosa, waarbij de lichte vormen meegerekend zijn.
Een jong en talentvol meisje op de middenlange afstand bedacht na een slecht gelopen
wedstrijd dat ze te dik was en dat ze moest afvallen. De eerste kilo's gingen er heel
gemakkelijk af door niet meer te snoepen. Wat begon als een gezond dieet om enig
overgewicht kwijt te raken, werd echter een obsessie. Alles draaide om eten en afvallen.
Thuis werden leugens verteld om maar niet mee te eten. Als ze toch een keer mee at, viel
op dat ze het eten vooral ?op en neer schoof? op haar bord en dat ze na het eten vaak
langdurig naar het toilet ging (naar later bleek om het eten weer uit te braken). Iedere
dag stond ze meerdere keren op de weegschaal om te kijken of er al gewicht af was. Nadat
ze 8 kilo was afgevallen kreeg ze het continu koud en had ze nergens meer zin in, behalve
dan in trainen, wat ze dagelijks bleef doen. De atletiekprestaties bleven lang op peil,
maar gingen uiteindelijk bergafwaarts. Nadat haar familie haar er uiteindelijk van
overtuigd had dat ze gevaarlijk bezig was, was ze bereid om deskundige hulp te zoeken. Het
kostte haar jaren om van haar eetobsessie en van haar gestoorde lichaamsbeeld af te komen.
Ze kon het echter niet meer aan om hard te trainen voor een goede prestatie op de
middenlange afstand en koos ervoor om met vriendinnen wat recreatief te sporten.
De vrouwen die aan anorexia nervosa lijden verliezen continu gewicht en worden steeds
magerder. Ze houden hun gewicht nauwlettend in de gaten op de weegschaal. Om te
bewerkstelligen dat ze (extra) afvallen kunnen ze plaspillen en laxeermiddelen gebruiken,
of na de maaltijd het eten er weer uitbraken. Als dat laatste het geval is, is er (ook)
sprake van boulemia nervosa. Opvallend lang kunnen deze atletes overactief blijven, zowel
in het dagelijks leven als in de training. Het aantal trainingseenheden en kilometers
wordt opgevoerd, terwijl in het dagelijks leven bijvoorbeeld ook geen gelegenheid wordt
overgeslagen om overal naar toe te fietsen. Zelfs als de atlete ?vel over been? is klaagt
ze nog dat ze een dikke buik of billen heeft. Er kan een scala aan lichamelijke klachten
optreden. Wegblijven van de menstruatie kan een eerste signaal van anorexia zijn. Hierdoor
raakt vaak de botstofwisseling verstoord en kan er eerder een vermoeidheidsbreukje
ontstaan. Dit is natuurlijk een ernstige blessure, maar ook de kans op het ontstaan van
een ?gewone blessure? neemt toe, terwijl het vermogen om te genezen vermindert. Daarnaast
treedt vaak kouwelijkheid op (met name aan handen en voeten). Andere verschijnselen kunnen
zijn: een droge huid met donsbeharing, moeizame stoelgang (obstipatie), duizeligheid en
vocht in de benen. Soms is het beeld zo ernstig dat een ziekenhuisopname noodzakelijk is
om schade aan de organen en verhongering te voorkomen. Ondanks alle symptomen houdt een
anorexia nervosa patiënte voor zichzelf en naar buiten toe heel lang vol dat er niets aan
de hand is. Dit maakt het moeilijk om tot behandeling over te gaan.
In de puberteit wordt een vrouw lichamelijk volwassen en neemt het
lichaamsvetpercentage in het algemeen toe tot tussen de 15-25%. In deze roerige
levensperiode kan het meisje zich vaak onzeker en neerslachtig voelen Er zijn vaak
problemen met bijvoorbeeld ouders, op school of met haar vriend(-in). Het optreden van
anorexia nervosa wordt vaak verklaard met de veronderstelling dat het meisje/de vrouw de
lichamelijke verschijnselen van het volwassen worden probeert tegen te houden. Door het
lage energiegehalte van de voeding en het overactieve gedrag, blijft haar lichaam mager en
lijkt zij jongensachtig.
De aanleg voor het ontstaan van deze ?ziekelijke magerzucht? kan al in aanleg aanwezig
zijn voordat met (midden)lange afstandslopen wordt begonnen. Het meisje wilde al graag
slank worden of blijven en heeft in hardlopen de ideale sport gevonden waarmee dat kan.
Het hardlopen kan als excuus naar de buitenwereld gebruikt worden om de lichaamsvormen te
verklaren.
Helaas kan het (midden)lange afstandslopen zelf ook de aanleiding zijn voor het ontstaan
van anorexia nervosa. Bij de wens om goed te presteren kijkt de atlete hoe de topatletes
eruit zien. Deze topatletes zijn vaak mager, de link tussen mager zijn en goed presteren
wordt dan snel gelegd. De atletes aan de top hebben de aanleg voor een zeer laag
lichaamsvetpercentage naar alle waarschijnlijkheid van nature.
Iedere vrouw heeft echter haar eigen ideale lichaamsvetpercentage, wat bij de meeste
vrouwen tussen de 12-20% ligt. Een lichaamsvetpercentage onder het eigen ideaal is niet
(goed) haalbaar. Als dat toch nagestreefd wordt, bestaat de kans dat één of meerdere van
de bovenstaande symptomen optreden. Niet alle atletes of hun coaches weten dit. Niet
zelden is een onachtzame opmerking van een trainer over (een toename in) het
lichaamsgewicht de aanleiding tot het ontstaan van anorexia nervosa.
Als anorexia nervosa eenmaal ontstaan is, is de behandeling in het algemeen moeilijk en langdurig. Wil de behandeling kans van slagen hebben dan zal de atlete er eerst zelf van overtuigd moeten zijnn dat er sprake is van een (eet)probleem. Belangrijk is, dat zowel de atlete als haar familie en haar trainer zich realiseren dat:
Anorexia nervosa is een ernstige eetprobleem. Vooral meisjes die zich toeleggen op de middenlange-afstand nummers of op de springnummers hebben een hoger risico om dit eetprobleem te ontwikkelen. Kenmerkend voor deze ziekte is dat deze vrouwen lang overactief blijven en zelf de ernst van hun ziekte niet inzien. Behandeling van deze ziekte is vaak moeilijk en kan lang duren. Hierbij is het van belang dat zowel de trainer als de atlete zich realiseren dat bij anorexia nervosa de atletiekprestaties uiteindelijk onder de eetstoornis zullen gaan leiden, terwijl grotere gezondheidsschade dreigt.