Botontkalking (osteoporose) is het gevolg van een verstoorde balans tussen de
activiteit van de cellen die bot aanmaken en bot afbreken. Zowel bij mannen als bij
vrouwen neemt de botdichtheid boven het dertigste levensjaar af. Bij vrouwen neemt de
botdichtheid sneller af als de menstruatie is gestopt. Dat is als regel het geval na de
overgang (de menopauze). In die levensfase worden minder vrouwelijke geslachtshormonen
(oestrogenen en progesteron) geproduceerd, waardoor botweefsel sneller wordt afgebroken.
Wanneer de botdichtheid afneemt kunnen de botten uiteindelijk poreus en breekbaar worden.
De kans op een botbreuk in een pols, wervel of heup neemt na het zestigste levensjaar
sterk toe.
Botontkalking lijkt voor de meeste sporters iets van 'later'. Toch is het iets om ook al
op jongere leeftijd bij stil te staan, want het is bewezen dat mensen die in hun jeugd een
goede botdichtheid hebben hier op oudere leeftijd in het algemeen nog voordeel van hebben.
Het is goed te weten dat met het nemen van algemene maatregelen het ontstaan van
botontkalking tegengegaan kan worden.
Hieronder staan de algemene maatregelen die genomen kunnen worden om botontkalking of de progressie daarvan tegen te gaan:
De botmassa is sterk afhankelijk van de mate van lichamelijke activiteit. Bij jonge
mensen wordt de botmassa onder invloed van een goede hoeveelheid lichamelijke activiteit
hoger, terwijl de botmassa bij het ouder worden zo goed mogelijk in stand gehouden wordt.
Met name bij de lichamelijke activiteit waarbij de zwaartekracht overwonnen moet worden,
neemt de botmassa toe. Denk hierbij maar aan wandelen en lopen. Maar ook andere sporten
zorgen ervoor dat de spieren op kracht of in conditie blijven. Sporten is daarom geschikt
om botafbraak te voorkomen of tegen te gaan. Indirect heeft sportbeoefening nog het
voordeel dat de spierkracht en de coördinatie beter blijven en de kans op vallen
verminderd.
Het effect van sportbeoefening kent echter een optimum. Te intensieve sportbeoefening kan
juist weer nadelige effecten hebben op de botmassa. Dit nadelige effect hangt samen met
het onregelmatig worden of wegblijven van de menstruatie. Dat is vaak het geval bij
intensief trainende (duur)sportsters. Bekend is dat dit bij ongeveer de helft van de
intensief trainende marathonloopsters optreedt. Bij deze vrouwen is de productie van het
hormoon oestrogeen (sterk) verlaagd en zal uiteindelijk de botmassa afnemen. Loopsters bij
wie de menstruatie langer dan ½-1 jaar is weggebleven, hebben al een verhoogd risico op
het ontstaan van een vermoeidheidsbreukje (stressfractuur).
Een vermoeidheidsbreukje is op te vatten als een overbelastingsblessure van het bot,
waarbij de zwaarst belaste botten niet meer op tijd kunnen herstellen van een soort
'materiaalmoeheid'. Deze 'materiaalmoeheid' uit zich in eerste instantie door het ontstaan
van een soort 'knikje' in de botschil, die kan overgaan in een barstje. Wordt er
doorgetraind, dan kan dat barstje steeds groter worden en dieper gaan doorlopen in het
merg. Het spreekt voor zich dat bij botten waarbij de botdichtheid is afgenomen er eerder
vermoeidheidsbreukje zullen ontstaan. Dat zal ook het geval zijn als er (nagenoeg)
dagelijks getraind wordt. Het is namelijk bekend dat (ook) bot ongeveer twee dagen nodig
heeft om te herstellen van een zware belasting.
Vermoeidheidsbreukjes treden met name op in de voet en in het onderbeen. Bij een
vermoeidheidsbreukje treden in het eerste stadium vaak wat zeurende pijnklachten op. Deze
pijnklachten worden in eerste instantie vooral gevoeld tijdens de landing, maar kunnen in
mindere mate ook gevoeld worden tijdens de afzet voor het lopen. Er is vaak een duidelijke
lokale drukpijn, waarbij er ook een zwelling zichtbaar kan zijn. Er hoeft geen pijn in
rust of bij 'gewoon' belasten in het dagelijks leven te zijn! Als er doorgetraind wordt,
kan de pijn toenemen waarbij ook pijn optreedt bij wandelen of in rust. Soms breekt een
vermoeidheidsbreukje door en is er sprake van een 'echte' botbreuk.
Bij het wegblijven van de menstruatie, speelt naast de hoge trainingsbelasting ook stress
en een laag lichaamsvetpercentage een rol. Loopsters hebben vaak van zichzelf al een laag
vetpercentage, wat onder invloed van de trainingsbelasting nog verder daalt. Zeker als er
daarbij ook nog 'gelijnd' wordt om net zo mager te worden als de 'toppers', kan het
vetpercentage onder een 'kritische grens' dalen, waardoor de menstruatie uitblijft. Die
'kritische grens' ligt voor de meeste vrouwen onder een vetpercentage van 12-18%. Het
'lijnen' heeft daarnaast nog het nadeel dat er weinig calorieën gegeten worden, waardoor
de kans bestaat dat de maaltijden onvoldoende calcium bevatten.
Of er sprake is van botontkalking kan vastgesteld worden met een botdicht-heidsmeetmethode (DEXA-meting). Bij deze meetmethode wordt de botdichtheid van de dijbeenhals (heup) en/of de wervels (lagerug) gemeten zonder dat er sprake is van noemenswaardige stralenbelasting.
Botontkalking treedt op bij een verstoorde balans tussen botaanmaak en botafbraak. Bewezen is dat een goede botdichtheid op jeugdige leeftijd bijdraagt aan een goede botdichtheid op latere leeftijd. In bovenstaand artikel wordt beschreven welke maatregelen getroffen kunnen worden om de botdichtheid goed te onderhouden en wat de invloed van lichamelijke activiteit hierbij kan zijn.