Inspanning en weerstand tegen infecties (griep en verkoudheid)
Inleiding
Uit onderzoek is gebleken dat sportmensen die minder dan 32km per week trainden, minder
vaak een infectie hadden dan sportmensen die driemaal zoveel trainden. Daarnaast is
gebleken dat de intensiteit van de training hierbij ook een belangrijke rol speelt. Als de
intensiteit van de sportbeoefening lager ligt dan 65% van de maximale zuurstofopname,
wordt het weerstand tegen infecties gestimuleerd, waardoor de kans op een infectie
afneemt. Bij inspanningen met een hogere intensiteit neemt de weerstand tegen infecties
juist af, waardoor de kans op een infectie toeneemt. Het is echter nog onduidelijk hoe
deze beïnvloeding van de weerstand werkt. Waarschijnlijk moet er daarbij rekening
gehouden worden met bijkomende factoren.
Enkele bijkomende factoren die van belang zijn bij het ontstaan van infecties
Hieronder staan enkele factoren beschreven die van invloed kunnen zijn op de weerstand
tegen infecties.
- Sporters die 'overtraind' zijn hebben een verhoogde kans om een infectie op te lopen.
Bij overtrainde sporters is de balans tussen belasting en belastbaarheid verstoord. Deze
situatie wordt vooral veroorzaakt door (te) zware trainingen waarbij onvoldoende tijd voor
herstel wordt genomen. Vaak vertellen deze sporters dat zij al een paar weken niet lekker
'draaiden' voordat zich vervolgens een infectie openbaarde. Het is dan de vraag of dit
'niet lekker draaien' al een uiting was van de beginnende infectie of dat deze sporters al
overtraind waren, waardoor de kans om een infectie op te lopen groter was.
- Daarnaast speelt de kwaliteit van de voeding een belangrijke rol. Vanzelfsprekend zal de
voeding voldoende energie moeten bevatten, waarbij zo'n 55-60% van de energie uit
koolhydraten gehaald moet worden, zo'n 30% uit (onverzadigde) vetten en zo'n 10 -12% uit
eiwitten. Daarnaast dient de voeding ook voldoende mineralen en vitamines te bevatten,
waarvan ijzer en vitamine C in het geval van de opbouw van weerstand tegen infecties de
belangrijksten zijn.
Griep en verkoudheid
Griep en verkoudheid zijn infecties waarmee we in ons klimaat regelmatig te maken
hebben. In de koude, vochtige jaargetijden, als onze weerstand extra wordt beproefd, komen
deze aandoeningen het meest voor. Bij griep en verkoudheid zijn de slijmvliezen van de
bovenste luchtwegen ontstoken. Hoesten, niezen, keelpijn, hoofdpijn en tranende ogen zijn
daarvan het gevolg. Eigenlijk is het gehele lichaam erbij betrokken; koorts, spierpijn,
een algeheel gevoel van slapte zijn veel voorkomende verschijnselen. Er zijn wel enkele
verschillen aan te geven tussen een verkoudheid of griep.
- Bij een verkoudheid zullen de symtomen in het algemeen niet zo heftig zijn en ligt het
accent van de klachten op de slijmvliezen van de neus. Een verkoudheid wordt veroorzaakt
door een virus dat al in het lichaam aanwezig is, maar pas bij verlaging van de weerstand
tot een infectie zal leiden. Gemiddeld zal iemand 1 tot 2 keer per jaar een verkoudheid
oplopen.
- Griep is het gevolg van een (epidemische) besmetting door een (influenza)virus, dat
wordt verspreid door handcontact, hoesten of niezen. Afhankelijk van de lichamelijke
conditie kan iemand meer of minder vatbaar zijn voor een infectie met het griepvirus
terwijl ook hevigheid waarin iemand griepverschijnselen krijgt, sterk kan verschillen. Bij
een echte griep wordt iemand binnen enkele uren ziek, waarbij het accent van de klachten
meestal ligt op bonzende hoofdpijn, hoge koorts en spierpijn over het hele lichaam. Soms
wordt de keel rood en pijnlijk en treedt een droge hoest op. Aangezien er vele soorten
griepvirus zijn, bestaat de kans dat iemand meerdere keren per jaar (winter) griep krijgt.
De kans daarop is niet zo groot, want gemiddeld krijgt ruim één op de twintig mensen
griep. Voor sporters is dat als regel een ramp, want het betekent dat ze veel conditie
kwijt zullen zijn en zeker één of meerdere weken niet (goed) kunnen trainen.
Sporten tijdens en direct na een infectie (griep of verkoudheid)
Infecties gaan vaak gepaard met koorts. Van koorts wordt gesproken bij een
lichaamstemperatuur boven de 38°C. Koorts is een uiting van het feit dat het lichaam alle
zeilen bijzet om de infectie onder controle te krijgen. Het is dus logisch dat bij iemand
die koorts heeft, het lichamelijk prestatie- en herstelvermogen is afgenomen. Bij de griep
bestaat daarnaast ook nog het risico dat ook de hartspier geïnfecteerd raakt, waardoor er
stoornissen in het hartritme kunnen optreden. Sporten met koorts moet dan ook met klem
worden ontraden. Enkele dagen na het verdwijnen van de koorts kan de training geleidelijk
weer worden opgepakt, maar de training zal vooral qua intensiteit en omvang aangepast
dienen te worden. Uitputting moet absoluut worden vermeden en luisteren naar het lichaam
is hierbij echt noodzakelijk! Uit onderzoek is gebleken dat het prestatievermogen tot tien
dagen na de koortsende ziekte nog duidelijk afgenomen kan zijn. Daarna duurt het vaak nog
weken voordat de sporter weer op het oude niveau kan trainen, laat staan weer op het oude
wedstrijdniveau zit.
Preventieve maatregelen tegen het krijgen van een infectie
Een sporter kan er zelf veel aan doen om niet ziek te worden. Eén van de belangrijkste
maatregelen om niet ziek te worden, is uit de buurt van zieken te blijven. Of als dat niet
te vermijden is, handcontact te vermijden en de handen vaak te wassen. Uit onderzoek is
namelijk gebleken dat de besmetting met name via de handen wordt overgebracht. Kaarten met
iemand die de griep heeft, is de manier is om ook de griep te krijgen. Daarnaast zijn er
nog een aantal andere maatregelen te nemen en te overwegen:
- Aanpassen trainingsbelasting
De meest voor de hand liggende is natuurlijk om de trainingsbelasting zo te doseren dat de
kans op overtraining zo gering mogelijk is. Een naderende overtraining is echter niet
altijd even gemakkelijk objectief vast te stellen. Het belangrijkste is dat de sporter
zijn lichaam goed kent en in de gaten houdt hoe hij zich voelt. Het bijhouden van een
logboek is hierbij van essentieel belang. Als een sporter zich nog onvoldoende hersteld
voelt, stijve spieren heeft en eigenlijk geen zin heeft om weer te gaan trainen, moet dat
opgevat worden als een mogelijk signaal van een beginnende overtraining. Het is belangrijk
om na een uitputtende inspanning voldoende tijd (24-28 uur) te nemen voor herstel. Na een
marathon kan dat herstel weken tot maanden vergen!
- Griepprik
Het is in het algemeen goed te voorspellen welke influenzavirussen in West Europa
verantwoordelijk zullen zijn voor een griepepidemie van dat seizoen en dus tegen welke
soorten een vaccin gemaakt moet worden. Dit vaccin wordt voorgeschreven aan mensen die
structureel een verminderde weerstand, met name om de soms ernstige complicaties van deze
ziekte te voorkomen. Denk hierbij aan bepaalde groepen hart- en longpatiënten en ouderen.
Ook voor zeer intensief trainende (marathon)lopers kan het een overweging zijn om deze
griepprik te laten zetten. Met name voor diegenen die in de voorgaande jaren al eens de
griep hebben gehad. In deze overweging dient echter wel betrokken te worden dat:
- iemand die de griepprik heeft laten zetten, daar zich enkele dagen wat minder fit door
kan voelen;
- de griepprik niet beschermt tegen alle soorten (griep)virussen. Vanzelfsprekend
beschermt de griepprik niet tegen het oplopen van een verkoudheid, aangezien die door een
ander soort virus wordt veroorzaakt. Maar er bestaat ook een kleine kans dat iemand die de
griepprik heeft gehad toch de griep krijgt, doordat er een onverwachte soort van het
griepvirus in Nederland rondwaart, of doordat de atleet heeft gereisd maakt naar een
gebied waar andere griepvirussen voorkomen dan in Nederland. Denk hierbij aan reizen in
verband met wedstrijden of een trainingsstage;
- de kosten van de griepprik voor eigen rekening zijn.
Als besloten wordt deze griepprik te laten zetten, is eind oktober / begin november
daarvoor de beste tijd.
Samenvatting
Uit onderzoek is gebleken dat laag intensief uigevoerde training de weerstand
stimuleert. Uitputtende vormen van inspanning onderdrukken de weerstand tegen een
infectie, waardoor er een verhoogde kans op het oplopen van een infectie ontstaat. Voor
zeer intensief trainende (marathon)lopers kan het een overweging zijn een griepprik te
laten zetten.