Ademhalen gaat bijna altijd 'vanzelf'. Als het goed is, merk je daar niets van. Terwijl er
per dag toch zo'n 10.000 liter lucht de longen in- en uitgaan. Als je hardloopt, regelt
het lichaam zelf dat je sneller en dieper gaat in- en uitademen. Bij een zware inspanning
ga je 'vanzelf' hijgen. Het lichaam kan dan meer zuurstof uit de inademinglucht opnemen en
meer koolzuurgas (afbraakproduct van de energielevering) uitademen. Alleen op deze manier
kan de 'chemische fabriek', die het lichaam eigenlijk is, goed blijven werken.
Bij een flinke verkoudheid merk je vaak pas hoeveel moeite ademhalen kan kosten. In de
regel duurt een verkoudheid niet langer dan een paar dagen. Als de moeilijkheden met
ademhalen steeds terugkomen, is dat niet normaal. Zeker niet als het hijgen veel langer
aanhoudt dan bij de anderen die dezelfde training afwerken of als het overgaat in
'piepen'. Wordt dat nou veroorzaakt door een slechte conditie of door iets anders?
Hieronder volgt een verhaal van een atleet.
Een 25-jarige atleet klaagt over kortademigheid en 'piepen' tijdens de hardlooptraining.
Hij vindt dat raar, want hij doet al jaren aan atletiek en heeft tot voor een ½ jaar
nooit klachten gehad. Een ½ jaar geleden is hij van de 800m-1500m overgestapt naar de
5.000m, waarvoor hij veel tempolopen van 2-3 km. loopt. Hij kan niet geloven dat zijn
conditie voor deze afstand tekort schiet en hij gaat met deze klacht naar zijn huisarts.
Bij lichamelijk onderzoek wordt niets vreemds over de longen gehoord en blijkt de atleet
volkomen gezond. De huisarts vindt het verhaal echter zo typisch voor inspanningsastma,
dat hij zijn patiënt medicijnen voorschrijft. In dit geval betreft het Ventolin per
inhalator, waarbij het advies gegeven wordt om zo'n 15 minuten voor aanvang van het
hardlopen een 'pufje' in te ademen. Dit medicijn helpt goed en de klachten treden niet
meer op.
Inspanningsastma kan optreden na een zware inspanning die wat langer (meestal langer dan 5
minuten) volgehouden wordt. Als er gelopen wordt in een koude, droge lucht, treden de
klachten sneller op. De sporter blijft dan lang nahijgen, kan gaan 'piepen' tijdens de
uitademing en kan gaan hoesten. Meestal houden de klachten zo'n 5 tot 15 minuten na de
inspanning aan. Soms treden deze klachten echter pas uren na de training op.
Het is bekend dat inspanningsastma vaker optreedt bij mensen die allergisch zijn
(geweest). Denk hierbij aan mensen die in hun jeugd eczeem hebben gehad of bekend zijn
(geweest) met astmatische bronchitis. Zo'n 10 % van de Nederlandse bevolking heeft een
aangeboren aanleg waarbij de kleine luchtwegen op bepaalde prikkels (sterk) kunnen
vernauwen. Bij inspanningsastma reageren de luchtwegen vooral op een sterk verhoogde in-
en uitademing ('hijgen'), een lage temperatuur en een lage vochtigheidsgraad van de
inademinglucht. Het hoeft niet zo te zijn dat mensen waarbij inspanningsastma is
geconstateerd, ook last hebben van de 'gewone' astmatische bronchitis. Wel hebben mensen
die bekend zijn met astma(tische bronchitis) vaak ook last van inspanningsastma.
Natuurlijk is het lastig als je een vorm van inspanningsastma hebt. Het handigst is om
bij de beoefening van atletiekbeoefening die nummers uit te kiezen, waarbij er geen
klachten op zullen treden. Het zal iedereen duidelijk zijn dat je bij de gebruikelijk
training voor de werp-, sprint- en springnummers geen last zult krijgen van
inspanningsastma. Nogmaals: om klachten van je aanleg tot inspanningsastma te krijgen is
het noodzakelijk om gedurende langere tijd (meestal langer dan 5 minuten aaneengesloten)
met een hoge intensiteit te trainen. Vaak zal echter pas in de praktijk van de training
blijken of een sporter klachten krijgt van de luchtwegen die door inspanningsastma
veroorzaakt worden. Niet iedereen wil of kan dan nog van nummer veranderen.
Je kunt zelf de klachten van inspanningsastma zoveel mogelijk voorkomen door de volgende
richtlijnen op te volgen:
Als bovenstaande richtlijnen niet helpen, kunnen medicijnen uitkomst bieden. Bij het
gebruik van medicijnen dien je als atleet rekening te houden met de dopingreglement van de
IAAF/KNAU.
Het hoeft niet altijd gebrek aan conditie te zijn als een atleet na een intensieve inspanning van meer dan 5 minuten langer blijft hijgen dan zijn trainingsmaatjes. Zo'n 10 procent van de Nederlandse bevolking heeft een aangeboren aanleg voor inspanningsastma. Eenvoudige maatregelen zijn vaak al voldoende om het ontstaan van een aanval van inspanningsastma tegen te gaan. Soms zijn hier echter medicijnen voor nodig, die dan zo'n 15 minuten voor aanvang van de sportbeoefening ingeademd moeten worden. Atleten die deelnemen aan wedstrijden moeten zich realiseren dat zij voor het gebruik van bèta-sympaticomimetica per inhalator / per rotadisc altijd toestemming nodig hebben. Atleten die alleen deelnemen aan nationale wedstrijden kunnen daarvoor deze toestemming verkijgen via het NeCoDo (www.necedo.nl). Atleten die (ook) deelnemen aan internationale wedstrijden moeten die toestemming aanvragen bij de IAAF (www.iaaf.org) maar dienen daarvoor te voldoen aan strenge regels.