Kortademigheid bij inspanning

 

De KNAU aanvaardt geen aansprakelijkheid (voor foutieve of gedateerde informatie; al dan niet gepubliceerd door 'derden')

Dit artikel wordt meerdere malen per jaar geactualiseerd.

Laatste wijziging: 03-11-2004

Inleiding


Ademhalen gaat bijna altijd 'vanzelf'. Als je hardloopt, regelt het lichaam zelf dat je sneller en dieper gaat in- en uitademen, dat je gaat 'hijgen'. Dit 'hyperventileren' tijdens inspanning is een fysiologische aanpassing van het lichaam aan de inspanning.
Bij een flinke verkoudheid merk je vaak pas hoeveel moeite ademhalen kan kosten. In de regel duurt een verkoudheid niet langer dan een paar dagen. Als de moeilijkheden met ademhalen steeds terugkomen, is dat niet normaal. Zeker niet als het hijgen veel langer aanhoudt dan bij de andere atleten die dezelfde training afwerken of als het overgaat in 'piepen' of hoesten. De vraag is dan of het hijgen veroorzaakt wordt door een slechte conditie of door iets anders.

Inspanningsastma


Inspanningsastma kan optreden na een zware inspanning die minstens enkele minuten volgehouden wordt. Zeker als er hardgelopen wordt in een koude of droge lucht (indoorwedstrijden!), treden de klachten sneller op. De sporter blijft dan lang 'nahijgen', kan gaan hoesten en zelfs 'piepen' bij de uitademing. Soms treedt er daarnaast ook 'gieren' bij de inademing op. Meestal houden de klachten zo'n 5 tot 15 minuten na de inspanning aan. Vreemd genoeg kunnen deze klachten echter ook pas uren na de training optreden.

Het is bekend dat inspanningsastma vaker optreedt bij mensen die allergisch zijn. Denk hierbij aan mensen die in hun jeugd eczeem hebben gehad of bekend zijn (geweest) met astmatische bronchitis. Zo'n 10 % van de Nederlandse bevolking heeft een aangeboren aanleg waarbij de kleine luchtwegen op bepaalde prikkels (sterk) kunnen vernauwen. Bij inspanningsastma reageren de luchtwegen vooral op een sterk verhoogde in- en uitademing ('hijgen'), een lage temperatuur en/of een lage vochtigheidsgraad van de lucht die ingeademd wordt, waarbij luchtverontreiniging de reactie kan verergeren.
Het hoeft niet zo te zijn dat mensen waarbij inspanningsastma is geconstateerd, ook last hebben van de 'gewone' astmatische bronchitis. Wel hebben mensen die bekend zijn met astma(tische bronchitis) vaak ook last van inspanningsastma.

Wat te doen bij inspanningsastma?


Natuurlijk is het lastig als je aanleg tot inspanningsastma hebt. Gelukkig zijn er wel aan aantal manieren om ervoor te zorgen dat je er minder of geen last van krijgt. Denk hierbij aan:


Keuze van atletiekdiscipline


Het handigst is om een atletiekdiscipline uit te kiezen, waarbij er geen klachten op zullen treden. Het zal iedereen duidelijk zijn dat je bij de gebruikelijke technische training voor de werp-, sprint- en springnummers geen last zult krijgen van inspanningsastma. Nogmaals: om klachten van je aanleg tot inspanningsastma te krijgen is het noodzakelijk om langer dan enkele minuten achter elkaar met een hoge intensiteit te sporten.


Vaak zal echter pas in de loop der jaren tijdens de training blijken dat een atleet last van inspanningsastma krijgt. Niet iedereen wil of kan dan nog van atletiekdiscipline veranderen.

Welke maatregelen kun zelf treffen om zo min mogelijk klachten te krijgen?


Als je aanleg hebt voor inspanningsastma, kun je vaak een aanval voorkomen door de volgende maatregelen te nemen:


Welke medicijnen helpen goed?


Als bovenstaande richtlijnen niet helpen, kunnen medicijnen uitkomst bieden. Bij het gebruik van medicijnen dien je als atleet rekening te houden met de dopingreglement van de IAAF/KNAU.

Hyperventileren


Bijna altijd gaat het hijgen ten gevolge van de inspanning 'vanzelf' weer over. Soms echter gaat dit hijgen na de inspanning te lang door. De sporter voelt zich kortademig, maar haalt in feite te snel en te diep adem. Bij hyperventileren wordt er teveel koolzuurgas uitgeademd, waardoor een verstoring van de zuurgraad in het bloed optreedt. Als gevolg hiervan kunnen lichamelijke klachten ontstaan, zoals bijvoorbeeld overmatig zweten, een droge mond, tintelingen rondom de mond en in de handen, misselijkheid (soms zelfs met braken), duizeligheid en soms zelfs flauwvallen. Niet altijd is duidelijk waardoor het hyperventileren optreedt. Soms treedt het hyperventileren in combinatie met een (lichte) aanval van inspanningsastma op, waarbij de sporter zich natuurlijk ook 'benauwd' voelt. De sporter kan hierbij angstig worden, waardoor het hyperventileren blijft bestaan of zelfs versterkt wordt. Als een sporter hyperventileert, is het belangrijkste om hem of haar gerust te stellen. Vaak werkt dit afdoende. Soms kan een aanval afgebroken worden door iemand in een zak te laten in- en uitademen. Dan zal aan diegene die hyperventileert wel duidelijk moeten zijn dat dat gedaan wordt om het 'teveel uitademen van koolzuurgas' tegen te gaan.

Samenvatting


Het is niet altijd een gebrek aan conditie als een atleet tijdens de training langer dan de anderen kortademig is. Er kan sprake zijn van een aanval van inspanningsastma, die vaak voorkomen kan worden door een aantal maatregelen te treffen of door voor aanvang van de training een medicijn uit de beta-sympaticomimetica groep in te ademen. Hiervoor dient dan volgens het dopingregelement wel toestemming aangevraagd te worden via respectievelijk het NeCeDo of bij de IAAF. Er kan echter (ook) sprake zijn van hyperventileren, waarbij geruststelling van de sporter vaak afdoende werkt.