Nog niet zo lang geleden kregen mensen met suikerziekte vaak van hun arts te horen dat ze maar niet meer moesten sporten. Tegenwoordig wordt daar gelukkig anders over gedacht. De combinatie suikerziekte en lopen is met enkele spelregels prima mogelijk. In dit artikel zal uitgelegd worden welke deze spelregels zijn.
Suikerziekte, waarvan de Latijnse benaming diabetes mellitus is, is een stofwisselingsziekte. De oorzaak is een tekort aan het suikerverwerkend hormoon insuline, dat gemaakt wordt in de alvleesklier. Met behulp van insuline kan glucose (suiker) door de cellen uit het bloed worden opgenomen. Als er te weinig insuline aanwezig is, leidt dat tot te hoge bloedsuikerwaarden in het bloed, terwijl de cellen zelf over te weinig suiker (=brandstof) kunnen beschikken. Deze niet door de cellen te gebruiken suikers wordt met de urine uitgescheiden. Met deze suikers wordt ook extra water uitgescheiden, waardoor iemand die aan suikerziekte lijdt veel zal plassen en veel dorst zal hebben. Iemand met suikerziekte zal zich als regel niet fit voelen en, afhankelijk van de ernst van de suikerziekte, uiteindelijk ook vermageren. De suikers worden immers door de nieren uitgescheiden uit het lichaam en kunnen dus niet door de (spier)cellen als brandstof benut worden.
Er zijn twee typen suikerziekte te onderscheiden:
De behandeling van beide typen suikerziekte is er op gericht om normale suikerwaarden
in het bloed te handhaven. Dat lukt niet altijd.
Het grootste gevaar is dat de bloedsuikerspiegels in het bloed (veel) te laag worden
(hypoglycemie). In eerste instantie kan dat gepaard gaan met bleekheid, transpireren,
moeheid, trillen en wazig zien. In dit stadium kan het eten of drinken van zoetigheid of
meelspijzen (b.v. suiker of een boterham belegd met jam) nog helpen. De symptomen kunnen
echter ook erger worden. In het ergste geval kan er bewusteloosheid en zelfs levensgevaar
optreden, waarbij er snel medische hulp gezocht moet worden.
Ook te hoge bloedsuikerspiegels (hyperglycemie) kunnen optreden, wat gepaard kan gaan met
een droge mond, veel plassen, hoofdpijn en vermoeidheid. In het algemeen levert dit minder
acute problemen op, maar uiteindelijk zullen er zeker chronische klachten ontstaan door
beschadiging van de verschillende organen. Er zullen dus wel maatregelen getroffen moeten
worden om deze bloedsuikerspiegels te normaliseren.
Het is dus van belang dat de bloedsuikerspiegels frequent gecontroleerd worden. In eerste
instantie zal een arts deze bloedsuikerspiegels (laten) controleren (door een
verpleegkundige). In tweede instantie zal het mensen met suikerziekte vaak aangeleerd
worden hoe ze zelf hun bloedsuikerwaarden kunnen bepalen (zelfcontrole). Zij prikken
zichzelf dan in de vinger en bepalen de suikerwaarde dan door middel van een glucostick.
Zij zijn als regel ook heel goed in staat om de hoeveelheid tabletten of de insulinedosis
op de uitslag hiervan aan te passen (zelfregulatie).
Bij sport wordt extra energie verbruikt. Energie die nodig is om spierarbeid te
leveren. De spieren krijgen voornamelijk energie uit suikers (glucose), meelspijzen en
vetten. Beide brandstoffen zijn aanwezig in de spieren en worden via het bloed aangevuld.
Wanneer de spieren veel brandstof nodig hebben bestaat de kans op te lage
bloedsuikerwaarden. Gewoonlijk treedt dit niet op, doordat de concentratie van insuline
door het lichaam zelf hierop wordt afgestemd. Door iets te eten of te drinken (b.v.
sportdrank) zorgt iemand ervoor dat zijn suikerspiegels aangevuld worden. Bij mensen met
suikerziekte is deze afstemming verstoord. Het risico van (veel) te lage of te hoge
bloedsuikerspiegels is aanwezig.
Als de bloedsuikerspiegel voor aanvang van de sportbeoefening goed is, bestaat het risico
dat er ten gevolge van de sportbeoefening een te lage bloedsuikerspiegel ontstaat. Om deze
te lage suikerspiegel (hypoglycemie) te voorkomen, zal de dosis tabletten of insuline
verminderd moeten worden en/of moet men extra suiker of meelspijzen eten. Het is echter
moeilijk om aan te geven hoeveel er aangepast moet worden. Dit hangt af van het type
sport, de duur en de intensiteit. Zelfcontrole en het opdoen van ervaring zijn hierbij
onmisbaar.
Als de bloedsuikerspiegel voor aanvang van de sportbeoefening (veel) te hoog is, wordt
sportbeoefening tijdelijk afgeraden. Door de verstoring van het samenspel van de hormonen
bestaat dan namelijk het risico dat de bloedsuikerspiegel nog meer gaat stijgen, wat de
gezondheid en natuurlijk ook de sportprestatie negatief kan/zal beïnvloeden.
De voordelen van (sportief) bewegen en sporten zijn legio. Bewegen en sporten zijn bij
uitstek manieren om sociale contacten te leggen en fitter te worden. Niet alleen verbetert
de algemene conditie en worden de spieren en botten sterker, maar ook de werking van
insuline zal verbeteren. Die verbetering vindt niet alleen plaats tijdens de inspanning
zelf, maar ook nog vele uren erna. Regelmatig bewegen of sporten kan de behoefte aan
bloedsuikerverlagende tabletten of insuline dus vaak verminderen. Onder regelmatig bewegen
en sporten wordt verstaan dat iemand 3 tot 4 keer per week gedurende minimaal 20 tot 30
minuten aaneengesloten bezig is, met bijvoorbeeld wandelen, fietsen of lopen.
Er zijn aanwijzingen dat regelmatig bewegen en sporten ook een positief effect heeft op
het voorkomen van de lange-termijncomplicaties van suikerziekte. Denk bij deze
langetermijneffecten bijvoorbeeld aan een slecht gezichtsvermogen en een verminderde
weefseldoorbloeding en daardoor verminderde belastbaarheid van het hart en de benen.
Bijkomend voordeel van sportief bewegen en sporten is dat het gewicht van mensen met een
te hoog vetpercentage (te dikke mensen) in het algemeen afneemt. Natuurlijk is het van
belang dat het bewegen en het sporten met de behandelend arts doorgesproken wordt. Juist
ook bij mensen met suikerziekte is het belangrijk dat de duur, de intensiteit en de
frequentie van het bewegen en de sportbeoefening langzaam opgebouwd wordt.
Voor personen met suikerziekte zijn vooral de duursporten geschikt. Binnen de atletiek
is dat met name het lange-afstand lopen. Bij lopen is de duur en de intensiteit van de
sportbeoefening goed te doseren, wat van belang is bij de (zelf)regulatie van de
suikerspiegels in het bloed. Als er (nog) geen sprake is van complicaties behoren ook de
andere takken van de atletiek tot de mogelijkheden. Natuurlijk moet het plezier in de
sport voorop staan.
Het is altijd van belang dat de trainer en eventueel ook de medesporters op de hoogte zijn
van de suikerziekte en dat zij weten wat zij moeten doen bij verschijnselen van te lage
suikerwaarden in het bloed (namelijk snel opneembare suikers geven of deskundige medische
hulp inroepen).
Suikerziekte is een stofwisselingsziekte, waarbij er een (relatief) tekort is aan het hormoon insuline. Insuline is nodig om suikers vanuit het bloed in de (spier)cellen op te nemen. Bij het instellen van een therapie is het belangrijk dat de suikerspiegels in het bloed zo goed mogelijk geregeld worden. De therapie is afhankelijk van het type en de ernst van de suikerziekte. (Duur)Sportbeoefening kan een gunstig effect hebben op de bloedsuikerspiegels en het verloop van de ziekte. Begeleiders en medesporters dienen te weten wat ze moeten doen bij verschijnselen van de ziekte.