Urineverlies bij vrouwen tijdens het sporten

Inleiding

Urineverlies (incontinentie) is niet iets dat alleen bij oudere vrouwen voorkomt. Zo is bekend dat ongeveer de helft van alle vrouwen hier in meer of mindere mate last van heeft tijdens het sporten. Slechts een minderheid van de vrouwen zoekt hier medische hulp voor. De meerderheid van de vrouwen probeert zelf een oplossing te zoeken door bijvoorbeeld een inlegkruisje te dragen tijdens sporten, haar sportbeoefening aan te passen of zelfs helemaal met sporten te stoppen. Het gevaar is reëel dat vrouwen met urineverlies in een sociaal isolement terechtkomen. Daarnaast kan urineverlies een symptoom zijn van een onderliggende afwijking of ziekte. Het is dus dubbel belangrijk dat medische hulp gezocht wordt!

Oorzaken van urineverlies

Om de urine goed te kunnen ophouden, moet aan een aantal basisvoorwaarden voldaan worden:

Als er sprake is van urineverlies, komt dat vaak doordat de bekkenbodemspieren en het steunapparaat van de blaas en baarmoeder niet (meer) zo stevig zijn. Dit kan het geval zijn:

Soms spelen (ook) andere oorzaken mee, zoals een:

Vormen van urineverlies

Bij sportvrouwen is er meestal sprake van stressincontinentie. Bij deze vorm van urineverlies is de druk in de buikholte tijdens bepaalde sportactiviteiten hoger dan de sluitspier van de plasbuis tegen kan houden. De druk in de buikholte neemt toe als er kracht gezet wordt, wat het geval is tijdens krachttraining, maar ook bij starten, hordelopen, springen en stoten/werpen. Bij sommige vrouwen is lopen op zich al voldoende om urineverlies te veroorzaken. Vaak treedt urineverlies dan ook op in het dagelijks leven tijdens lachen, hoesten of tillen.
Soms is er bij sportvrouwen sprake van een gemengde incontinentie, waarbij er naast de bovengenoemde stressincontinentie, ook sprake is van een 'urge-incontinentie. Hierbij is er anatomisch niets mis is met de blaas en ( de sluitspier van) de plasbuis, maar is er sprake van een onbedwingbare aandrang. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hele dag naar de WC moeten gaan om kleine hoeveelheden urine te lozen, maar ook aan het niet meer kunnen ophouden van de urine als het plan opvat wordt om naar de WC te gaan om te plassen. Veel vrouwen zullen bij zichzelf een lichte aanzet tot deze vorm van urge-incontinentie herkennen. Men krijgt aandrang om te plassen als kraan of douche wordt aangezet, of als iemand anders aan het plassen is. Bij urge-incontinentie spelen vaak (ook) emoties, verkeerde (plas)gewoonten en overmatige prikkeling van de blaas een rol. Bij deze vorm van urineverlies is er echter ook vaak sprake van zwakke bekkenbodemspieren. En dat is jammer, want deze bekkenbodemspieren zijn goed trainbaar.

Gaat urineverlies vanzelf over?

Nee, urineverlies is, behalve als het vlak na een bevalling optreedt, een chronische aandoening die niet zonder behandeling overgaat. Onbehandelde incontinentie kan leiden tot andere problemen, zoals infecties aan de urinewegen of huidirritaties. Daarnaast kan urineverlies een symptoom zijn van een onderliggende afwijking of ziekte. Het is dus belangrijk dat een arts de diagnose stelt. Vaak kan de huisarts de benodigde aanvullende diagnostiek verrichten, maar soms zal hij/zij voor nader onderzoek of behandeling doorverwijzen naar een specialist, zoals een gynaecoloog of uroloog.

Conservatieve therapie

Vaak kan volstaan worden met het instrueren van een juiste houding tijdens het plassen, het voorschrijven van spierversterkende oefeningen van de bekkenbodem, het gebruiken van bepaalde mechanische hulpmiddelen of met bepaalde medicijnen.

Samenvatting

Veel (oudere) vrouwen hebben last van urineverlies tijdens het sporten. De meerderheid zoekt hiervoor geen medische hulp en probeert zelf een oplossing te zoeken door bijvoorbeeld een inlegkruisje te dragen of de wijze van sportbeoefening (soms vergaand) aan te passen. In dit artikel wordt besproken dat deze klachten bij de meeste vrouwen goed verholpen kunnen worden door relatief eenvoudige maatregelen. Denk hierbij aan goed uitplassen en het uitvoeren van versterkende oefeningen voor de spieren van de bekkenbodem.