De ziekte van Pfeiffer is een veel voorkomende, goedaardige ziekte van de witte
bloedcellen (lymfocyten en monocyten) en lymfeklieren. De ziekte wordt veroorzaakt door
het Epstein-Bar virus. Dit virus dankt zijn naam aan de ontdekkers van het virus en
behoort tot de groep van de herpesvirussen. Andere soorten herpesvirussen kunnen andere
ziektebeelden veroorzaken, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel.
De ziekte van Pfeiffer komt vooral voor bij kinderen en jonge volwassenen. Boven de
leeftijd van 40 jaar is het voorkomen van de ziekte zeldzaam. Dat heeft te maken met de
wijze van overbrenging door speeksel. De ziekte wordt met name overgebracht van 'minnaar
op minnaar', wanneer er sprake is van 'mond op mond' contact. Een andere naam voor de
ziekte is dan ook 'kissing-disease'. Toch zijn er ook gevallen bekend, waarbij de ziekte
is overgebracht door het gezamenlijk gebruik van tandenborstels, bekers of bidons
Voorzichtigheid is dus geboden! Helaas is de tijd tussen de besmetting met het virus en
het optreden van de ziekte lang (30 - 50 dagen), waarbij iemand in de tussentijd al wel
anderen kan besmetten. Dat verklaart dan ook dat er soms een 'epidemie' losbreekt in een
klas. Gemiddeld krijgt 3% van de middelbare scholieren op jaarbasis te maken met een
besmetting door dit virus.
Het is niet duidelijk of hard trainende sporters een verhoogde kans hebben om de ziekte
van Pfeiffer op te lopen. Wel is bekend dat de algemene weerstand bij zeer intensief
trainende atleten daalt, waardoor een mogelijk verhoogde kans verklaard zou kunnen worden.
Daarnaast bestaat de indruk dat de ziekteverschijnselen bij atleten langer aanhouden, maar
dat wordt wetenschappelijk niet bevestigd. Het is meer een gevolg van het feit dat met
name de vermoeidheidsklachten het atleten onmogelijk maken (voluit) te sporten. Iedere dag
die niet gesport kan worden telt, wat bijvoorbeeld voor een gemiddelde scholier anders zal
liggen. Sporters hebben dan ook de neiging te vroeg weer met trainen te beginnen, waardoor
zij lang(er) de vermoeidheidsklachten ervaren (bij sporten).
De verschijnselen van de ziekte kunnen erg uiteenlopen. Op jonge leeftijd verloopt de infectie in de regel meestal symptoomloos. Soms voelt iemand zich grieperig en heeft lichte keelklachten en spierpijn, maar is daar vaak al binnen enkele dagen weer vanaf. De ziekte verloopt bij de tiener/jong volwassene echter veelal vervelender. Degene die met het virus besmet is, voelt zich vaak al weken vermoeid en niet lekker. Daarbij kan hij/zij keelpijn hebben, moeite met slikken, koorts, misselijkheid en gebrek aan eetlust, hoesten en pijn in het hoofd en de buik. Allerlei klieren in het lichaam raken gezwollen. Niet voor niets wordt de ziekte ook wel klierkoorts genoemd! De lymfeklieren in de hals raken gezwollen en pijnlijk. Ook de amandelen (tonsillen) in de keel raken ontstoken, waarbij een roodverkleuring met een wit/gelig beslag zichtbaar wordt. De huid kan een roodverkleuring en kleine bloedinkjes te zien geven. Vaak zijn ook de milt en de lever in de buik gezwollen en pijnlijk. Meestal is na twee weken wel het ergste achter de rug, maar duurt het nog enkele weken voordat de patiënt zich weer fit voelt. Soms echter kunnen er vervelende complicaties bij de ziekte optreden.
Wat zijn de meest voorkomende complicaties bij de ziekte van Pfeiffer?
De diagnose kan worden gesteld door bestudering van een bloeddruppel onder de microscoop. De witte bloedcellen (lymfocyten en monocyten) gaan het beeld overheersen. Deze witte bloedcellen zijn in het geval van de ziekte van Pfeiffer vaak abnormaal van grootte, vorm en kleur. In de loop van een ½ jaar verdwijnen deze cellen uit het bloed. Daarnaast kunnen antistoffen tegen het Epstein-Bar virus worden aangetoond met de reactie van Paul-Bunnel of de Monosticon-bepaling. Als de concentratie (titer) van de antistoffen afneemt, is de infectie over zijn hoogtepunt heen. Het heeft dan geen zin om de titer verder te blijven vervolgen, ook niet als de vermoeidheidsklachten weer toenemen. Zoals al geschreven, zijn bij veel patiënten de leverfuncties (licht) gestoord. Pas als de leverfuncties weer normaal zijn, wordt het advies tot sport- en werkhervatting gegeven.
De behandeling van de ziekte van Pfeiffer is symptomatisch. Houd bedrust in het acute stadium als er sprake is van temperatuurverhoging of koorts en neem een ijslolly of pijnstillers als er ernstige keelklachten zijn. Omdat het gaat om een virusinfectie, heeft het geven van antibiotica geen zin. Als er toch een antibioticakuur wordt gegeven, kan daardoor een vervelende en jeukende huiduitslag ontstaan. Zolang de patiënt leverfunctiestoornissen en een vergrote milt heeft, wordt het advies gegeven om geen lichamelijke inspanning te verrichten. Als de leverfunctiestoornissen en de vergrote milt weer verdwenen zijn (meestal na weken), kunnen de dagelijkse activiteiten en de lichamelijke activiteiten weer geleidelijk aan uitgebouwd worden. Hierbij moet de sporter goed naar het lichaam luisteren, om een terugval in de vermoeidheidsklachten te voorkomen. Geforceerd trainen werkt alleen maar averechts!
De ziekte van Pfeiffer is een veel voorkomende, goedaardige ziekte van de witte bloedcellen. Het is niet duidelijk of hard trainende sporters een verhoogde kans hebben om deze ziekte op te lopen of op een ernstiger verloop. In ieder geval is deze ziekte voor veel atleten belastender dan voor iemand die weinig lichamelijk activiteit heeft. In het klassieke geval verloopt de ziekte met koorts, klierzwellingen, een keelontsteking en vermoeidheid. Vaak treden er tijdelijk een miltvergroting en leverfunctiestoornissen op. Bij (ernstige) klachten wordt in het acute stadium bedrust voorgeschreven. Meestal is na twee weken het ergste achter de rug en kunnen de dagelijkse activiteiten en daarna de training weer geleidelijk opgepakt worden. Hierbij is het van groot belang dat de sporter goed luistert naar zijn of haar lichaam. De training moet aangepast worden aan de (eventueel terugkerende) vermoeidheidsklachten!