Sportmedisch onderzoek

('Sportkeuring')

Inleiding

Lopen is een sport die niet aan leeftijd en/of plaats gebonden is. Het is overal en altijd te beoefenen. Dat betekent echter niet dat lopen geen zware sport is! Het vraagt heel veel van het lichaam, vooral van de pezen, spieren en de beengewrichten.

Blessures zijn vaak te voorkomen door:

Juist dit sportmedisch onderzoek wordt vaak vergeten. Het is immers niet meer verplicht! Die verplichting is echter alleen afgeschaft om de eigen verantwoordelijkheid van de sporter te benadrukken. Het gaat immers om zijn/haar eigen lijf en sport! Verstandig hiermee omgaan is het devies.

Een sportmedisch onderzoek is niet alleen nuttig voordat je gaat beginnen met lopen, maar ook als:

Bij zo'n sportmedisch onderzoek wordt er natuurlijk aandacht besteed aan je algemene gezondheid en bijvoorbeeld aan hart en longen. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het onderzoek van botten, gewrichten en het pees- en spierstelsel. Vindt de arts hierbij een 'sportrelevante afwijking' die voor het lopen (biomechanisch) van belang is, dan kan hij of zij advies geven over hoe met die afwijking toch verantwoord gelopen kan worden. De ontdekte sportrelevante afwijking hoeft in het dagelijks leven geen probleem op te leveren, maar kan bij (hard-)lopen blessures veroorzaken.

Bij sportrelevante afwijkingen' die voor het lopen van belang zijn kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:

Een sportarts kan bij de genoemde sportrelevante afwijkingen of bij andere minder vaak voorkomende afwijkingen één van de onderstaande adviezen geven:

Goed- of afkeuren is er niet meer bij. De naam sportkeuring is dus ook vervangen door de naam sportmedisch onderzoek. Bij een dergelijk sportmedisch onderzoek worden adviezen gegeven over aanpassing van trainingsbelasting, trainingsopbouw en het uitvoeren van rekoefeningen om blessures zoveel mogelijk te voorkomen. Het spreekt voor zich dat je deze adviezen dan ook moet opvolgen! Sportartsen hebben de brede sportmedische kennis die nodig is om deze adviezen te kunnen geven. Deze sportartsen werken vaak op Sportmedische Instellingen (SMI's), Olympische Steunpunten of op Sportgeneeskundige afdelingen in ziekenhuizen.

Een blessure

De meerderheid van de blessures die bij lopen ontstaan zijn overbelastingsblessures van vooral knieën, scheenbenen, achillespees en voeten. Deze blessures ontstaan grotendeels als gevolg van de talloze herhalingen van de loopbewegingen, van het telkens weer afzetten en landen op het wegdek. Elke keer komt dat aardig aan. Slechts in een minderheid van de gevallen betreft het een acute blessure, zoals een verzwikking van de enkel of een spierscheur.

En het is ook wel te begrijpen dat er veel overbelastingsblessures ontstaan bij lopen. Veel lopers lopen al snel tussen de 50 km en 100 km per week. Dat betekent tussen de 40.000 en 80.000 landingen per week! Bij iedere landing komt er een kracht van 2 tot 3 keer het lichaamsgewicht op de voet en benen! Zeker als er kleine standsafwijkingen aan de benen zijn, kan dat leiden tot overbelastingsblessures. Deze overbelastingsblessures ontstaan geleidelijk. Helaas hebben deze blessures de onhebbelijke eigenschap dat ze langzaam genezen. Bij deze blessures geldt dus dat voorkomen beter dan genezen is.

Je kunt zo'n overbelastingsblessure zelf herkennen. Het eerste signaal van een overbelastingsblessure van een pees of spier is ochtendstijfheid en een zeurderige pijn na een zware training. Deze pijn wordt erger als je op de pees drukt. Loop nooit door deze pijn of stijfheid heen. Pijn die wegtrekt na een warming-up, komt helaas na de cooling-down altijd weer terug, alleen dan heftiger. Uiteindelijk kan de pijn zo erg worden dat lopen niet meer (goed) mogelijk is.

Vaak kan de blessure nog genezen door bijvoorbeeld de trainingsbelasting minder zwaar te maken, door goed je rekoefeningen uit te voeren en door ijsmassage toe te passen. Bij het uitvoeren van de rekoefeningen is het belangrijk dat men per rekoefening de juiste uitgangshouding aanneemt. Men mag tijdens het rekken nooit pijn voelen (natuurlijk wel rek). Na verloop van 5-10 seconden wordt het gevoel van rek op de spieren minder, waarna de beweging gedurende 10-15 seconden iets verder kan en mag worden doorgevoerd. Bij ijsmassage moet je ongeveer 10-15 minuten met een smeltend ijsblokje over de pijnlijke plek wrijven. Voer dit het liefst zo'n 3 tot 5 keer per dag uit, in ieder geval na een training.

Als er (toch) blessures zijn ontstaan, ga dan naar een (sport)arts voor een (behandel)advies. Hieronder staat een adres waar men in de eigen omgeving een sportarts of andere sportmedisch zorg kan vinden.

Algemene informatie over Sportmedische instellingen en Sportgeneeskundige afdelingen

is te verkrijgen bij het:
Bureau Sportgeneeskunde Nederland
Postbus 52
3720 AB BILTHOVEN
tel.: (030) 22 52 290
fax.: (030) 22 52 498
www.sportgeneeskunde.com

of kijk op www.sportzorg.nl voor de sportmedische voorzieningen bij jou in de omgeving.