Lopen is een populaire sport. Iedereen kan, waar hij/zij het maar wil de loopschoenen
aantrekken en er op uit trekken. De meeste mensen lopen puur voor de ontspanning, om af te
vallen, of om in een goede conditie te blijven. Bij lopers die lid zijn van een
atletiekvereniging speelt vaak mee dat ze de eigen prestatie willen verbeteren; de 'eigen
grenzen willen verleggen.
Als het loopseizoen weer van start gaat, is dat vaak de aanleiding om het aantal keren dat
per week wordt getraind op te voeren, evenals het aantal kilometers. Presteren geeft een
bepaalde kick, maar helaas ook een verhoogde kans op blessures. Blessures hebben de nare
eigenschap dat ze vaak ontstaan vlak voor die belangrijke wedstrijd waar je het hele jaar
voor getraind hebt. Je kunt dan je loopprestatie niet meer neerzetten en je baalt stevig.
Gelukkig kunnen veel van deze blessures worden voorkomen.
Eenvoudige regels om blessures te voorkomen zijn:
Net als bij een motor van een auto is het voor het lichaam niet goed om koud snel te
veel toeren te maken. Dat is bijna vragen om blessures. Een goed opgebouwde warming-up bij
lopen bestaat uit rustig inlopen, rekoefeningen, actieve oefeningen en
versnellingsloopjes. De hieronder beschreven warming-up kun je als basis gebruiken voor
een warming-up voordat je gaat springen of werpen. De warming-up zal dan wel aangevuld
moeten worden met een aantal specifieke oefeningen. In totaal moet je voor een warming-up
inclusief de hierna volgende rekoefeningen zeker 15 - 20 minuten uitgetrokken worden.
Door gedurende 5-10 minuten rustig in te lopen draait het lichaam warm. De bloedsomloop
wordt gestimuleerd, de spieren en pezen komen geleidelijk op temperatuur en het lichaam
wordt voorbereid op de actie die komen gaat. Al decennia lang wordt vervolgens binnen
de atletiek warming-up de tijd genomen voor het uitvoeren van rekoefeningen
uitgaande van de gedachte dat daardoor:
Dit kan echter niet aangetoond worden bij wetenschappelijk onderzoek. Wellicht moet de
werking van de rekoefeningen meer gezocht worden in het feit dat je tijdens
het uitvoeren hiervan voelt of de spieren nog stijf of gespannen spieren zijn. In dat
geval zou je door de training daarop aan te passen wellicht blessures kunnen voorkomen!
De belangrijkste regels bij het uitvoeren van de rekoefeningen zijn:
Omdat bij lopen de rekoefeningen voor de benen het belangrijkste zijn, zal van deze
rekoefeningen de uitgangshouding beschreven worden. Voer de rekoefeningen voor de
respectievelijke spiergroepen zowel voor het linker als het rechter been uit.
Oppervlakkige kuitspieren
Zoek een steunpunt en stap met het rechterbeen naar voren. Houd het linkerbeen gestrekt
met de voet plat op de grond, recht naar voren wijzend. Druk nu de heupen naar voren en
voel de spanning die nu op de kuit ontstaat.
Diepe kuitspieren
Ga staan. Doe met de rechtervoet een kleine stap naar voren en blijf op het rechterbeen
steunen. Houd de linker voet plat op de grond en recht naar voren wijzend. Buig de
linkerknie zonder dat de linker hak van de grond komt. Voel de spanning die nu (lager) in
de kuit ontstaat.
Spieren binnenzijde bovenbeen
Ga in een spreidstand staan met de voeten recht vooruit. Breng je gewicht op je
rechterbeen, buig gelijktijdig door de rechter knie en houd het linkerbeen op dezelfde
plaats aan de grond. Houd het bovenlichaam rechtop en voel de rek aan de binnenzijde van
het linker bovenbeen.
Spieren buitenzijde bovenbeen
Ga staan op de linker voet en kruis de rechter voet schuin achter het linker been langs op
de grond. Buig de romp (en armen) naar rechts.
Spieren voorzijde bovenbeen
Ga rechtop staan. Pak met de rechter hand de rechter enkel. Buig de rechter knie verder en
strek de heup, zonder daarbij een holle rug te maken. Zorg ervoor dat de knie naar beneden
wijst en dat je rechtop blijft staan.
Spieren achterzijde bovenbeen
Ga rechtop staan en leg het rechterbeen op een verhoging. Pak met beide handen het rechter
onderbeen, kijk hierbij omhoog en hou de lage rug recht.
Actieve oefeningen
Na de rekoefeningen te hebben uitgevoerd is het goed om een aantal oefeningen uit te
voeren, in series van 15-20 herhalingen. Enkele voorbeelden van deze oefeningen zijn:
Versnellingsloopjes
Voer na deze actieve oefeningen nog een aantal (2-6) loopjes uit, waarbij je langzaam
begint en je snelheid naar het einde opvoert. Voer met ieder volgend loopje de snelheid
die je op het einde bereikt meer op.
Na afloop van de eigelijke training is het belangrijk om rustig zo'n 5 minuten uit te lopen, waardoor je lichaam de kans krijgt om tot rust te komen en afvalstoffen af te voeren. Hierna worden vaak wederom bovenbeschreven rekoefeningen uitgevoerd. Ook een lauwe douche en een massage van de zwaarst belaste spieren kunnen een onderdeel vormen van de cooling-down. Op deze manier heb je er alles aan gedaan om de kans op blessures te verminderen.