Bij 1 tot 5% van alle volwassenen bestaat er een breukje in de boog van één van de lendenwervels Meestal is dit breukje gelokaliseerd in de boog van de onderste, de vijfde lendenwervel. De Latijnse benaming van deze aandoening is spondylolysis.
Een spondylolysis kan ook aanwezig zijn doordat het desbetreffende gedeelte van de wervelboog in de vroegste jeugd niet is verbeend. In dat geval is de zwakke plek in de wervelboog dus aangeboren. Spondylolysis kan echter ook ontstaan als een soort vermoeidheidsbreukje, met name bij zware rugbelastende sporten waarbij de rug tijdens belasting hol getrokken wordt. Bij de beoefenaren van speerwerpen, (polsstok)hoogspringen, hink-stap-springen en de meerkamp komt een spondylolysis dus relatief vaak voor. Een spondylolysis kan aan één kant, maar ook aan twee kanten, voorkomen in de wervelboog. In dat geval kan het zo zijn dat het kraakbeen/bindweefsel dat ter plaatse van deze spondylolysis aanwezig is, niet opgewassen is tegen de optredende (schuif)krachten bij zware sportbeoefening. Het wervellichaam kan dan wat naar voren afschuiven. De Latijnse benaming hiervan is spondylolysthesis. Uit de praktijk is gebleken dat dit naar voren schuiven eigenlijk alleen optreedt bij jonge mensen.
Veel mensen met een spondylolysis hebben geen (rug)klachten. Zelfs mensen met een spondylolysthesis hoeven geen klachten te hebben, hoewel dat bij zwaar rugbelastende sporten natuurlijk wel vaker het geval zal zijn. Als er wel klachten zijn kunnen die bestaan uit pijn die optreedt bij het hol trekken van de rug, maar ook uit uitstralende pijn in de bil of de spieren aan de achterzijde van het bovenbeen (hamstrings).
Vaak kan op röntgenfoto's goed vastgesteld worden of er een breukje van de wervelboog
bestaat. Bij jonge mensen met klachten, wordt door het éénmalig of meermalig maken van
röntgenfoto's gecontroleerd of een afschuiving bestaat en zo ja, of deze toeneemt. Soms
is verder onderzoek nodig, bijvoorbeeld met een CT-scan, een MRI of een technetiumscan.
Met een technetiumscan, waarbij radioactief materiaal wordt ingespoten, kan gekeken worden
of het een vermoeidheidsbreukje betreft dat recent is ontstaan door overbelasting, of dat
het een aangeboren afwijking betreft. De technetiumscan kan ook gebruikt worden om te
controleren of het vermoeidheidsbreukje nog de neiging heeft te genezen. In dat laatste
geval of als de wervel aan het
afschuiven is,
is het verstandig een periode van enkele maanden rust voor de rug in te lassen. Wanneer
het een aangeboren afwijking betreft of een oud vermoeidheidsbreukje, zal de behandeling
bestaan uit houdingscorrectie en rompspierversterkende oefeningen.
Vaak hebben sporters geen klachten van een breukje in een wervelboog (spondylolysis). In dat geval is er dus geen reden om de sportbeoefening te beperken. Als er wel klachten zijn, is het natuurlijk heel belangrijk om ervoor te zorgen dat de rompspieren beresterk zijn en de techniek van de rugbelastende nummers dusdanig aangepast wordt, dat de rug niet extreem en onder belasting wordt hol getrokken.