Scheenbeenklachten
Inleiding
Een van de meest voorkomende overbelastingsblessures bij lopen, zijn de
scheenbeenklachten. Andere benamingen voor deze aandoening zijn onder meer 'shin splints',
'springschenen', 'periostitis' of 'beenvliesontsteking'. De pijnklachten bevinden zich
over het algemeen op de overgang van het middelste naar het onderste derde deel van het
onderbeen. Vaak zijn ook de kuitspieren aan de binnenzijde van de kuit stijf en pijnlijk.
In de beginfase is de pijn tijdens en na sportbeoefening vaak wel te dragen. Als er,
zonder maatregelen te treffen 'gewoon' doorgetraind wordt, kan de pijn tijdens lopen en
springen dusdanig toenemen dat sporten onmogelijk wordt. In dit stadium zal vaak ook pijn
gevoeld worden in het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij hard de trap af lopen.
Oorzaken van deze scheenbeenklachten
Meestal is een samenspel van factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van de
klachten:
- in een korte tijd te veel, te vaak en te snel lopen of springen. Met name aan het begin
van het seizoen of na een blessureperiode wordt deze fout vaak gemaakt;
- eenzijdige trainingsvormen, met name heuveltraining en sprongkrachttraining, zijn
berucht;
- lopen op een harde ondergrond (asfalt, beton) in combinatie met slecht schokabsorberend
en ondersteunend schoeisel. Diegenen die ook op de baan trainen, dienen zich te realiseren
dat de meeste spikes geen enkele schokdemping of ondersteuning geven. Train dus zoveel
mogelijk op je gewone loopschoenen;
- aanwezigheid van sportrelevante afwijkingen, zoals een beenlengteverschil, (geringe)
standafwijkingen van de voeten (knik-platvoeten, holvoeten) of een tekort aan spierkracht
van de voet- en kuitspieren.
Hoe voorkom je deze scheenbeenklachten?
Om deze blessure te voorkomen, is het raadzaam om onderstaande 'preventietips' na te
leven bij het sporten.
- Warming-up
Doe een goede warming-up. Loop 5 tot 10 tien minuten rustig in en voer daarna in ieder
geval de aangegeven rekkingoefeningen uit. Let goed op de aangegeven uitgangshouding en de
wijze waarop de rekkingoefeningen moeten worden uitgevoerd. Bij het uitvoeren van de
rekkingoefeningen mag geen pijn optreden. Hou de rekkingoefeningen zo'n 10 tot 15 seconden
vol en herhaal iedere oefening 2 tot 3 maal per been.
- Goede trainingsopbouw
Zorg voor een goede trainingsopbouw. Verhoog de intensiteit en de omvang van de trainingen
niet te snel. Als je de training wilt uitbouwen, verleng dan eerst de duur van de
trainingen en pas later het tempo. Ook na een blessure- of ziekteperiode moet de training
weer (zeer) geleidelijk tot het oude niveau worden opgevoerd. Voorkom eenzijdige
(sprongkracht)trainingsvormen.
- Ondergrond
Vermijd langdurig lopen of springen op een harde ondergrond. Loop en spring liever op een
zachte ondergrond (gras, bos).
- Spierversterkende oefeningen
Voor alle atleten (ook voor lopers) is het belangrijk om over een basisniveau aan
kracht(uithoudingsvermogen) te beschikken. Vraag je trainer een algemeen spierversterkend
oefenprogramma voor je op te stellen, bijvoorbeeld met handhaltertjes of in circuit
trainingsvorm. Besteed in ieder geval aandacht aan spierversterking voor de voetspieren,
de 'voetheffers' en de kuitspieren. De voetheffers kan je bijvoorbeeld trainen door een
stuk 'op je hakken' te lopen, waarbij je je voorvoeten zoveel mogelijk omhoog houdt.
Spierversterking voor de kuitspieren kan gemakkelijk (ook thuis) worden uitgevoerd.
Voorbeeld van deze oefening: ga met je voorvoeten op een verhoging staan (bijvoorbeeld een
traptrede) en kom met beide voeten 'op de bal van de voet'. 'Zak' dan in 2 seconden
beheerst op één voet omlaag, waarbij de hak voorbij de horizontaal moet 'doorzakken'.
Kom vanuit deze stand vervolgens weer met beide voeten omhoog en herhaal de oefening (3
series van 10-15 keer, zowel met gestrekte als met gebogen knie).
- Goede techniek
Probeer met de juiste techniek te lopen, waarbij de voeten recht naar voren wijzen, op de
buitenkant van de hak wordt geland en de voet over de binnenzijde van de bal van de voet
afgewikkeld wordt.
- Sportschoenen
Draag soepele en goed passende sportschoenen met een schokdempende zool en een goede
ondersteuning van de hiel en voetboog. Wanneer de voeten de neiging vertonen bij de
afwikkeling te veel naar binnen weg te zakken ('overpronatie'), gebruik dan schoenen die
dat tegengaan. Een goede sportspeciaalzaak kan hierover adviseren. Realiseer je dat de
meeste spikes geen enkele schokdemping of ondersteuning geven. Train dus zoveel mogelijk
op je gewone sportschoenen. Overweeg de aanschaf van trainingspikes die wel een zooltje
hebben.
- Cooling-down
De beschreven rekkingoefeningen moeten ook worden uitgevoerd in de cooling-down na iedere
wedstrijd of training. De cooling-down kan verder bestaan uit rustig uitlopen en enkele
losmakende, ontspannende oefeningen.
Wat kan je doen als deze blessure (toch) is ontstaan?
Wees alert op het begin van de pijnklachten. Een zeurende pijn tijdens of vlak na
sportbeoefening is niet normaal! 'Door de pijn heen lopen', leidt van kwaad tot erger. Een
scheenbeenklacht kan het begin zijn van een vermoeidheidsbreukje in het scheenbeen! Volg,
om erger te voorkomen, al in het beginstadium, de hier onderstaande regels op.
- Voer bovenstaande preventietips uit
- Pas de training aan
Vaak kan het tijdig aanpassen of stoppen van belastende trainingsvormen al voldoende zijn
om een beginnende blessure te laten genezen. Denk hierbij aan vermindering van de
snelheidstraining en aanpassing van de ondergrond of schoeisel (spikes!) waarop getraind
wordt. Vaak kun je toch nog goed in conditie blijven door andere bewegingsvormen op te
zoeken waarbij de kuitspieren en het scheenbeen niet te zwaar belast wordt zoals fietsen,
aqua joggen of steppen.
- Koelen
Als de blessure in een beginstadium verkeert, koel het scheenbeen dan na de training zo'n
15 minuten met ijs. Dit kan het beste door met een ijsblokje langs de pijnlijke plek te
masseren. Herhaal deze ijsmassage zo'n 3 tot 5 keer per dag. Ook als de blessure langer
bestaat, kan het nuttig zijn om het scheenbeen meerdere keren op een dag te koelen.
- Massage
Als de kuitspieren stijf zijn, laat dan deze spieren masseren.
- Vraag sportmedisch advies
Als bovenstaande maatregelen niet binnen twee tot vier weken leiden tot een duidelijke
vermindering van de klachten, ga dan naar de huisarts of sportarts, werkzaam in het
ziekenhuis of op het Sportmedische Instelling (SMI). Deze kan dan beoordelen welke
behandeling voor jou het beste is en of het aanschaffen van nieuwe sportschoenen of het
laten aanmeten van sportsteunzolen door een orthopedisch schoenmaker voor jou zinvol is.
Je kunt bij het Bureau Sportgeneeskunde Nederland opvragen waar bij jou in de buurt een
sportarts werkzaam is (tel.(030) 225 22 90 of www.sportgeneeskunde.com).