Sport is van oudsher een mannenbezigheid. In de Griekse oudheid was het zelfs voor
vrouwen verboden om naar sportwedstrijden te kijken. Nog steeds is het zo dat niet alle
sporten voor vrouwen toegankelijk zijn. Bij atletiek wordt deze achterstand echter snel
ingehaald. Werd in 1960 de 800m voor vrouwen (weer) op het wedstrijdprogramma opgevoerd,
in 1984 was ook de marathon een afstand die door vrouwen gelopen mocht worden. Ook bij de
andere nummers wordt de achterstand ingelopen. Zo zijn de laatste jaren kogelslingeren,
hinkstap- en polsstokhoogspringen op het wedstrijdprogramma voor vrouwen opgevoerd.
De laatste decennia hebben vrouwen zich in een recordtempo verbeterd. Dit is ongetwijfeld
een gevolg van het feit dat vrouwen veel meer en intensiever zijn gaan trainen. Onder
invloed van de vrouwenemancipatie is een zwetende vrouw, althans op het sportveld, een
geaccepteerd maatschappelijk verschijnsel. Dat roept de vraag op of vrouwen uiteindelijk
tot dezelfde sportprestaties in staat zullen zijn als mannen. Op grond van lichamelijke
verschillen is dit niet te verwachten. Statistische berekeningen die het tegendeel
beweren, houden geen rekening met deze lichamelijke verschillen. In dit artikel worden de
belangrijkste lichamelijke verschillen besproken.
Bij de duursporten blijken mannen prestaties te leveren die zo'n 10% beter zijn dan die
van vrouwen. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat de maximale zuurstofopname per
kilogram lichaamsgewicht bij mannen hoger is. Dat komt door:
In het voordeel van de vrouw is daarentegen dat haar lichaam in het algemeen (iets) efficiënter kan omgaan met de energie- en vochthuishouding. Zo blijkt bij duurprestaties, dat hoe langer deze wordt, hoe kleiner het verschil wordt tussen het prestatieniveau van de man en van de vrouw. Hierbij speelt niet alleen de efficiëntere energie- en vochthuishouding een rol, maar ook het feit dat de factor kracht bij deze lange duurprestaties relatief minder belangrijk wordt. Er blijken overigens geen verschillen tussen mannen en vrouwen te zijn in de opbouw van de spier qua spiervezeltypering (snelle of langzame vezels) en in trainbaarheid.
Bij sportactiviteiten waarbij kracht en explosiviteit belangrijk zijn, zoals de werpnummers maar ook de nummers waarbij snelheid belangrijk is, komen mannen tot (veel) betere prestaties dan vrouwen. Oorzaken van deze verschillen moeten niet alleen gezocht worden in verschillen in lichaamsbouw en motorische eigenschappen, maar ook in het feit dat er relatief weinig vrouwen deze takken van sport beoefenen. Natuurlijk zijn er aantoonbare verschillen in kracht tussen mannen en vrouwen. Zo neemt de maximale kracht van een jongen in de puberteit sneller toe dan die van een meisje. Uiteindelijk resulteert dat in een (veel) grotere spiermassa en spierkracht.
Er zijn geen aanwijzingen dat er verschillen zijn tussen vrouwen en mannen in de topsport voor wat betreft prestatiemotivatie of faalangst. Dat mag dan zo zijn voor de vrouwen aan 'de top', voor de gewone atlete lijkt dit niet op te gaan. Vrouwen blijken veel eerder op de houden met de (wedstrijd)sportbeoefening. Vooral in de puberteit geven veel meisjes het op! Ook blijkt het moederschap (in Nederland) slechts moeizaam te combineren met een sportcarrière.
De menstruatie op zich heeft volgens onderzoekingen geen invloed op de reactietijd, de spierkracht of de zuurstofopname tijdens inspanning. Wel kan de menstruatie indirect van invloed zijn op de prestatie door de volgende factoren:
Pas de laatste decennia is er meer (wetenschappelijke) belangstelling gekomen voor zwangerschap en sportbeoefening. Het is gebleken dat, zeker op recreatief niveau, zonder bezwaar doorgetraind kan worden in de (normaal verlopende) zwangerschap. Het zal echter duidelijk zijn dat bij het vorderen van de zwangerschap de sportbeoefening enigszins aangepast moet worden. Bij lange duurlopen zal de buik in de weg gaan zitten terwijl de borsten vaak te zwaar en te gevoelig worden. In de loop van de zwangerschap neemt de kans op (overbelastings)blessures toe. Het lichaamsgewicht neemt toe, terwijl de gewrichtsbanden juist soepeler worden. Daarnaast neemt de kans op vallen toe door de veranderde lichaamsverhoudingen. Krachttraining en de technische nummers zoals hordelopen en verspringen worden gevaarlijk(er). Vaak resulteert dit erin dat veel vrouwen in de laatste maanden van hun zwangerschap stoppen met lopen en er de voorkeur aan geven om te gaan zwemmen, fietsen of wandelen.
Pas de laatste decennia zijn vrouwen meer aan sport gaan doen. Zij lopen hun
prestatieachterstand op mannen snel in. Er zullen echter altijd prestatieverschillen
blijven doordat mannen een hogere zuurstofopname en een hoger krachtsniveau kunnen
bereiken. Het feit dat vrouwen in de vruchtbare levensperiode menstrueren kan indirect van
invloed zijn op de prestatie door eventuele prémenstruele klachten en een verhoogde kans
op bloedarmoede door ijzerverlies met de menstruatie.
Bekend is dat vrouwen een verhoogde kans hebben op blessures en botontkalking als de
menstruatie onder invloed van de (duur-)sportbeoefening gedurende langere tijd wegblijft.
Bij een normaal verlopende zwangerschap kan de vrouw als regel nog wel (recreatief)
sporten. Veel vrouwen zullen er de laatste maanden de voorkeur aan geven te gaan zwemmen,
fietsen of wandelen.