Het woord 'smog' komt uit Engeland. Het is een samentrekking van 'smoke' (rook) en 'fog' (mist). Het is ontstaan in de jaren vijftig, toen Londen 's winters een paar maal door ernstige luchtverontreiniging werd getroffen. Later raakte ook een zomerse variant van smog bekend, waarover een ander clubbladartikel is geschreven.
Wintersmog is een mengsel van verschillende chemische verbindingen. De belangrijkste bestanddelen zijn zwaveldioxide (SO2) en zwevend fijn stof. Zwaveldioxide ontstaat vooral bij het verstoken van zwavelhoudende brandstoffen, wat vooral gebeurt in industriegebieden. Fijn stof ontstaat bij de verbranding van fossiele brandstoffen (kolen, stookolie, benzine) door verkeer en industrie.
Ons land kan een periode van wintersmog ondergaan als het volgende weertype heerst: een
gebied met hoge luchtdruk boven Centraal Europa en een zwakke oostelijke tot
zuidoostelijke wind. De lucht die dan richting Nederland komt gaat over een groot aantal
vervuilingsbronnen. In deze gebieden (Polen, Tsjechië, Slowakije, ex-DDR) worden enorme
hoeveelheden zwavelrijke brandstoffen verstookt.
De concentraties schadelijke stoffen zijn het grootst daar waar Nederlandse bronnen het
meest aan de vervuiling bijdragen, bijvoorbeeld in drukke verkeersstraten. Een verandering
van weer (regen, dooi, meer wind, andere windrichting) maakt over het algemeen een eind
aan een periode van wintersmog.
Tijdens een periode van wintersmog zijn zwaveldioxide en fijn stof de belangrijkste
veroorzakers van nadelige effecten op de gezondheid. Een lage luchtvochtigheid en lage
temperaturen kunnen de effecten verergeren. Bij de risicogroepen kunnen de volgende
effecten optreden: een toename van luchtwegklachten, een toename van hartklachten en een
verminderd prestatievermogen door een minder goede werking van de longen.
Net als bij zomersmog verschilt de uitwerking van wintersmog op de gezondheid van persoon
tot persoon. Als bij een gezond persoon door wintersmog een verminderde werking van de
longen optreedt, is dit verlies binnen ongeveer vier weken weer hersteld. Er zijn echter
aanwijzingen dat herhaalde blootstelling aan wintersmog kan leiden tot blijvende
verminderde werking van de longen.
De volgende groepen lopen een verhoogd risico bij blootstelling aan wintersmog:
Voor de risicogroepen bij wintersmog is het belangrijk dagelijks te weten hoe de
smogsituatie is. Daarom verzorgt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne
(RIVM) actuele informatie over smog via Teletekst (pagina 711 / 712). Als er sprake is van
een smogsituatie, wordt ieder uur de meest actuele informatie hierover weergegeven. Verder
maakt het RIVM elke dag een smogbericht voor de dagbladen. Bij het meten van de
hoeveelheid wintersmog kijkt men hoeveel microgram (ug) zwaveldioxide er zit in een
kubieke meter (m3) lucht.
Hieronder worden de vijf smogniveaus weergegeven.
| Smogniveau | Concentratie Zwaveldioxide |
Effecten mogelijk bij: |
| Geen smog | lager dan 125 ug/m3 | - |
| Geringe smog | 125-175 ug/m3 | - |
| Matige smog | 175-225 ug/m3 | deel van personen met luchtwegklachten |
| Ernstige smog | 225-350 ug/m3 | mensen met luchtwegklachten |
| Zeer ernstige smog | 350 ug/m3 | mensen met luchtwegklachten, mensen met ernstige hart- en vaatziekten, ouderen met een zeer zwakke conditie, mensen die zich inspannen in de buitenlucht |
Bij matige wintersmog kunnen effecten optreden bij een klein gedeelte van de mensen met
aandoeningen aan de luchtwegen.
Bij ernstige wintersmog kunnen klachten over de luchtwegen vaker voorkomen en in ernst
toenemen. Dit is het geval bij mensen met aandoeningen aan de luchtwegen en vooral bij
personen met chronische bronchitis. Men kan last krijgen van benauwdheid en hoesten.
Ernstige wintersmog treedt gemiddeld een keer per jaar op.
Bij zeer ernstige wintersmog nemen hoesten, luchtwegklachten en benauwdheid toe en is het
mogelijk dat mensen uit de risicogroepen vaker een beroep moeten doen op de huisarts of
het ziekenhuis. Wie langdurig zware inspanning verricht in de buitenlucht, kan last
krijgen van een verminderde werking van de longen. En moet daarom rekening houden met een
verminderd prestatievermogen. Zeer ernstige wintersmog treedt gemiddeld een keer per vijf
jaar op.
Over het algemeen geldt dat naarmate de smogniveaus hoger worden, de effecten ernstiger
worden en meer mensen last van smog krijgen.
Er wordt gesproken over smogfase 1 en smogfase 2 (ook wel alarmfase 1 of alarmfase 2
genoemd).
Wat houdt dat in?
Als smogfase 1 is afgekondigd, moeten bedrijven op grond van hun vergunningen maatregelen
nemen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken.
Als er sprake is van zeer ernstige wintersmog kan smogfase 2 afgekondigd worden. De
industrie moet dan verdergaande maatregelen nemen en er wordt een gedragsadvies aan de
bevolking gegeven.
U kunt de negatieve effecten van wintersmog op uw gezondheid verminderen door langdurige zware lichamelijke inspanningen buitenshuis te vermijden. Verder doet u er goed aan uit de buurt te blijven van straten met druk verkeer. In huis zijn de concentraties schadelijke stoffen enkele tientallen procenten lager dan buiten. Echter: ook binnenshuis kunnen deze concentraties hoog oplopen, vooral als daar vervuilingsbronnen zijn zoals gasfornuizen, open haarden, geisers en brandende tabak. Heeft u die bronnen in huis, dan moet er goed geventileerd worden. Ook tijdens een (koude) smogperiode! Als u aan een drukke straat woont, ventileer dan liever niet aan de straatzijde.